|
Vandaag weer een interessante ingezonden vraag:
"In artikel 6, tweede lid van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet is bepaald dat een horeca-inrichting een voorziening voor drinkwater moet hebben. Is deze bepaling een absolute eis voor de verlening van een drank- en horecavergunning?" Daar kan ik kort in zijn, het antwoord is volmondig “JA”. Er bestaat hiervoor geen ontheffingsmogelijkheid (meer). Vervolg van de vraag: "Zo ja, hoe moeten wij de term drinkwatervoorziening uitleggen. Kan een tankwagen met drinkwater, die regelmatig wordt vervangen door schoon drinkwater, aangemerkt worden als een drinkwatervoorziening?" In artikel 10 van de Drank- en Horecawet staat vermeld dat een “inrichting dient te voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) in het belang van de sociale hygiëne te stellen eisen”. Met deze AMvB wordt gedoeld op het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. In artikel 2 van voormeld Besluit staat vermeld dat de inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, naast de eisen van dit besluit, tevens moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2003. In dit Bouwbesluit wordt een onderscheid gemaakt tussen “Nieuwbouw” en “Bestaande bouw”. In de afdeling 3.18 worden eisen gesteld aan drinkwatervoorzieningen. Met betrekking tot het onderdeel “Nieuwbouw” vermeldt het Bouwbesluit in artikel 3.119 het volgende: - Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor drinkwater dat kan worden beschikt over water, geschikt voor menselijke consumptie en hygiëne.
- Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.119 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.
In het hiervoor beschreven lid 1 wordt een functionele eis gesteld voor drinkwatervoorzieningen. In lid 2 wordt gerefereerd aan tabel 3.119. In deze tabel worden per gebruiksfunctie voorschriften aangewezen die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor genoemde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt verdeeld over de toepasselijke artikelen: a. Artikel 3.120 bepaalt in welke situaties er een drinkwaterinstallatie aanwezig moet zijn. In dit artikel wordt dus de aanwezigheid geregeld. Een drinkwaterinstallatie is niet slechts noodzakelijk voor menselijke consumptie, maar ook voor de lichamelijke hygiëne. Zo is er in alle gebruiksfuncties waarvoor een toiletvoorziening nodig wordt geacht, ook een drinkwatervoorziening nodig. b. Artikel 3.121 bepaalt de omvang van de drinkwaterinstallatie wat betreft aansluitpunten voor het gebruik. Zo wordt in het eerste lid gesteld dat een voorziening voor drinkwater in een meterruimte als bedoeld in afdeling 4.12, een aansluitmogelijkheid heeft voor aansluiting op het distributienet voor drinkwater. In het tweede lid wordt vervolgens gesteld dat een voorziening voor drinkwater een aansluitpunt heeft bij een opstelplaats voor een waterverbruikstoestel. Er moet dus in de meterruimte een aansluitpunt zijn waarmee de installatie kan worden aangesloten op het distributienet van drinkwater. Dit aansluitpunt wordt in de voorschriften “aansluitmogelijkheid” genoemd om het onderscheid tot uiting te laten komen met de aansluitpunten voor de gebruiker. Of de installatie daadwerkelijk moet zijn aangesloten op het distributienet of niet, is geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. Een installatie moet aansluitpunten heb en voor elk in het bouwwerk aanwezig waterverbruikend toestel, zoals bijvoorbeeld een kraan bij een wastafel in de toilet. a. Artikel 3.122 stelt eisen waaraan de drinkwaterinstallatie met het oog op menselijke consumptie en hygiëne moet voldoen. Een voorziening voor drinkwater voldoet in dat kader aan bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften. Het doel van deze eis is om te bereiken dat drinkwaterinstallaties water leveren van een kwaliteit die ter plaatse van de tappunten geschikt is voor de menselijke consumptie en hygiëne. Een drinkwaterinstallatie moet daarom voldoen aan de in de ministeriële regeling aangewezen voorschriften (Regeling Bouwbesluit 2003, Staatscourant 2002, 241) waarmee NEN 1006 van toepassing wordt verklaard. Met betrekking tot het onderdeel “Bestaande bouw” noemt het Bouwbesluit in artikel 3.123 het volgende: - Een bestaand bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor drinkwater dat kan worden beschikt over water, geschikt voor menselijke consumptie en hygiëne.
- Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.123 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.
In artikel 3:125 wordt vervolgens aangegeven dat een voorziening voor drinkwater een aansluitmogelijkheid heeft voor aansluiting op het distributienet voor drinkwater. Wat opvalt is dat voor bestaande bouwwerken, anders dan bij nieuwbouw, niet de minimumomvang van de installatie is voorgeschreven. De reden hiervan is gelegen in het feit dat in het verleden geen wettelijke verplichtingen hebben gegolden. Voor het overige gelden dezelfde eisen als bij nieuwbouw. Conclusie: Gelet op het bepaalde in artikel 2 van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet in samenhang met de beschreven eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit 2003, kan een tankwagen met drinkwater, die regelmatig wordt vervangen door schoon drinkwater, niet aangemerkt worden als een drinkwatervoorziening.
|