Gemeente Zutphen krijgt gelijk bij rechtbank in Bibob-zaak  Doorsturen
door Michaël van Leeuwen op dinsdag 04 oktober 2011 11:05   

De gemeente Zutphen heeft, na het inwinnen van advies bij Bureau Bibob, de Wet Bibob ingezet tegen een horecaondernemer. Het advies werd ingewonnen nadat het Openbaar Ministerie met een melding (op grond van art. 26 Wet Bibob) kwam over de horecaondernemer. Die melding hield in dat er ernstig gevaar bestond dat de verleende vergunningen (drank- en horeca alsook exploitatie) gebruikt zouden worden om strafbare feiten (Opiumwet- en geweldsdelicten) te plegen.

De rechter toetst nu, na de vraag van de horecaondernemer om een voorlopige voorziening, het besluit van de gemeente. Onder geheimhouding heeft de rechter hiervoor kennis mogen nemen van het advies van Bureau Bibob. Op basis daarvan komt de rechter tot het volgende:

"Nu tussen verzoeker en zijn broers een zakelijk samenwerkingsverband mocht worden aangenomen, hebben de burgemeester en het college bij hun besluitvorming terecht niet alleen verzoekers recentelijke strafrechtelijke veroordeling, maar ook het levensgedrag van zijn beide broers, betrokken. De strafbare feiten, waarvoor verzoeker en zijn broers op 1 oktober 2010 zijn veroordeeld, betreffen Opiumwetdelicten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende samenhang bestaat tussen de exploitatie van een café en de strafbare feiten waarmee verzoeker in verband wordt gebracht. De betrokken branche, horeca, is naar zijn aard faciliterend voor de handel in drugs."

Dat de veroordelingen van de broers van de horecaondernemer nog niet onherroepelijk zijn is geen belemmering, omdat het voldoende aannemelijk zou zijn dat de strafbare feiten zijn gepleegd. Dit baseert de rechter op een uitspraak van de Raad van State. Bovendien zou er sprake zijn van andere relevante feiten en omstandigheden waar de gemeente de intrekking op heeft gebaseerd.

Bekijk de volledige uitspraak op rechtspraak.nl.